s Ochtends rol ik uit bed en breng een groet aan de God van de Echtheid.
Ik doe dit door met mijn handen mijn ogen open te trekken en te staren naar de lucht.

Gisteren verscheen hij aan mij in de vorm van een ekster, die verketterde vogel,
die altijd even groenzwart glimt. Dat het een God was wist ik omdat hij alleen was.

Ik stem hem gunstig door nuttige arbeid te verzetten, die ik ook werkelijk graag doe.
Verder: door een woonwijk lopen, met vrienden praten, luisteren naar mijn lichaam.

Ik voel me vadsig en verstrikt in een onhaalbare wereld, waarachter werelden zitten
die ik niet mag zien. Maar hij zegt dat het goed is.