mensen lopen voorbij in dikke vachten
en ik wil ze stuk
voor stuk vangen, er prikkers van maken
feestelijke vlaggetjes
voor mijn tijdbalk, mijn wereldbol

in de etalage van een winkel zakt een muis
aan een touw langzaam op een muis in een jurkje
hij geeft zijn cadeautje niet af en stijgt snel weer op
waarna de scene zich herhaalt

ik blijf staan op de tegels
en leg mijn handschoen op de ruit
waarachter het kinetisch zombiedier
traag langs vaste lijnen leeft
neergeslagen, opgetuigd